inleiding bij publicatie 'an enumeration'

Eerst een oproep: laten we stoppen met de woord- en de beeldcultuur tegen elkaar uit te spelen. Het is een nodeloze reductie en het getuigt van weinig historisch besef. Alsof er in de rijke zestiende eeuw van Bruegel en de zeventiende van Rubens en Rembrandt geen beeldcultuur was? Beeld en woord kunnen het opperbest met elkaar vinden. Dat doen ze in onze contreien al enkele eeuwen lang.

Beeld en taal raken innig verstrengeld in ‘beeldtaal’. Dat is een woord maar nog meer een concept dat een tweerichtingsverkeer op gang brengt. Vertrekkend vanuit het woord kom je bij beeldende taal uit. Vanuit het beeld beland je bij denkende kunst. De kunstcriticus in de dichter Paul van Ostaijen sprak van ‘ideoplastiek’. Zulke kunst wil de materiële werkelijkheid niet afbeelden – zoals de ‘fysioplastiek’ – maar het geestelijke tastbaar verbeelden en iets nieuws creëren. Al in 1911 had Wassily Kandinsky het ‘Over het geestelijke in de kunst’. De conceptuele kunst van de twee Marcellen (Duchamp en Broodthaers) zat er aan te komen. Het is in deze modernistische beeldtraditie waar Patrick Keulemans zich fris als een vis beweegt.

Beeldtaal. Het is de taal die kunstwerken spreken in een gestold ogenblik. Het is de beeldspraak waarmee gedichten een greep doen naar het onzegbare. Het zijn de letters en lettergrepen die weigeren om zich te schikken in een vastgeroest zinsverband. Het zijn de iconen – van Byzantijns paneel tot smiley – die kunstenaars niet langer aanbidden maar hertalen en re-activeren. Van icoon tot iCon.

Patrick Keulemans noemt zijn atelier een playground, een speeltuin. Hij gaat er in de weer met uiteenlopende materialen, tastbaar analoog of viraal digitaal. Het boek, an enumeration, biedt een overzicht van zijn beeldend onderzoek van de jongste jaren. Patrick Keulemans gaat koppig in het verweer tegen het status-quo van een al te prozaïsche werkelijkheid, beeld na beeld, als een opsomming waarin het ene beeldende verzet het andere met zich meebrengt. Ergens tussen taal en beeld rijpt alweer een fris inzicht, hapert sluitend begrip.

Paul Dujardin, 2017

De (on)macht van taal.
Over Patrick Keulemans, kunstenaar.

Taal is een paradoxaal gegeven. Als drager bij uitstek van betekenis is ze vaak toch niet in staat die betekenis op een adequate manier over te dragen. Ze sluit in maar ook uit, zorgt voor verbinding maar even goed voor misverstand en onbegrip. Taal combineren met beeld is al helemaal een hachelijke onderneming. Taal kan de vrije betekenisruimte van het beeld verstikken, vervormen of verengen. En andersom staan beelden bij woorden de eigen verbeelding vaak in de weg. In het werk van Patrick Keulemans ervaren we een andere beweging: hij vertrekt van de beeldende, grafische kwaliteit van taal en laat de betekenis veelal ontstaan vanuit dat taal-beeld. In het samenspel van taal-teken en beeld ontplooit zich als het ware een surplus aan betekenis.

Enkele jaren geleden stelde een neuroloog dyslexie vast bij Patrick Keulemans. De diagnose verklaarde niet alleen zijn moeizame strijd met (vooral) geschreven taal, ze maakte ook de weg vrij voor een stroom aan ideeën, een netwerk van woord-beeld associaties, wat in korte tijd leidde tot een geheel eigen, boeiend en divers beeldend universum. De alternatieve logica van de dyslecticus, de 'ongewone' manier waarop zich in zijn hersenen associaties vormen, wist hij om te buigen tot een krachtig artistiek ingrediënt.

De (on)mogelijkheid van taal staat in het werk van PK vaak voor de (on)mogelijkheid van communicatie, van samen-leven. Zijn persoonlijke ervaring met dyslexie maakt de kunstenaar extra gevoelig voor de kwetsbare kanten van taal. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de vele werken die handelen over verdwenen talen. Taal wordt bij PK een metafoor om thema’s als culturele diversiteit en de kwetsbaarheid van het individu in een globaliserende wereld aan te kaarten. Zoals in zijn speelse knipogen naar de wereld van Twitter en Facebook, waar hij aan de kaak stelt hoe we ons als mens blootstellen aan de voyeuristische blik van de anonieme massa.

Hoewel op het eerste zicht licht en toegankelijk is het werk van PK doortrokken van kritiek en reflectie. Gepokt en gemazeld in de reclame- en communicatiewereld , weet hij de argeloze blik van de toeschouwer op een intelligente manier te vangen en te verleiden met de mooie, verfijnde ‘look’ van de objecten die hij maakt. Daarbij springt zijn gevoeligheid voor materialen en zijn zorg voor afwerking meteen in het oog. Speelsheid en fijne humor ontlokken de kijker vaak meteen een glimlach. Om daarna diepere betekenislagen te ontwaren. Achter een geordende en mooi afgewerkte buitenkant schuilt een steeds chaotischer netwerk van vragen en existentiële twijfels. Over frustraties, over macht en onmacht, over vergankelijkheid, over menselijke zwakheid, over de noodzaak en het onvermogen van communicatie en van leven-in-relatie. Maar net als in het leven zelf verzachten de poëzie en de schoonheid van het werk de harde werkelijkheid en maken ze haar leefbaar.

In het netwerk van betekenissen die PK ontwikkelt ontdekken we vaak een wisselwerking tussen verleden en heden. De gepatineerde afwerkingslaag van heel wat werken contrasteert bijvoorbeeld met hun referentie aan hedendaagse media of gebeurtenissen uit de actualiteit. De duidelijke verwijzingen naar illustere voorgangers uit de kunstgeschiedenis worden hedendaags-strak vormgegeven, met de nodige milde kritiek en een dosis speelse zelfrelativering.

PK kijkt niet alleen als kritisch buitenstaander naar het onmogelijke spel dat taal is. In menig werk smijt hij zich als beeldend activist in de strijd voor de verdediging van lokale talen. Hij zoekt contexten op waarin zijn werken meer dan symbolische betekenis krijgen. En hij engageert zich in onderzoek door experimentele omgevingen te creëren die kunnen leiden tot een beter beeldend inzicht in de communicatie van bijvoorbeeld bijen. Opnieuw tast hij de grenzen af van verstaan, van controle en macht.

Dat zoeken vinden we ook terug in zijn werk over religies. Als vrijdenker kijkt PK met verwondering naar de onderlinge verhoudingen tussen religies, naar hun invloed op onze taal en cultuur. Net als taal is religie een systeem dat mensen houvast biedt, vormt en verbindt, maar meer nog dan taal is religie verworden tot een machtsstructuur, een hindernis voor de vrijheid en ontwikkeling van het individu. Hij opent mogelijkheden om de ervaring van religie in een ander licht te stellen of zelfs uit te wissen en opent daarmee bij de kijker een mentale ruimte.

Die mentale ruimte ligt aan de basis van het werk van PK. Het inzicht in zijn ogenschijnlijke beperking genereert een onuitputtelijke stroom van ideeën. Het werd de taal waarin PK zich nu in alle vrijheid uitdrukt. De taal van de beeldend vertaler, die erin slaagt om van elk ding, hoe banaal ook, iets van betekenis te maken.

Lies Daenen, 2017

Taal en de betekenis van beelden.

Patrick Keulemans is pas in 2009 zogenaamd ‘vrij werk’ gaan maken. Het heeft quasi altijd met taal te maken. Een aantal jaren geleden had hij aan de computer een black out en hij was te rade gegaan bij een neuroloog. Die stelde vast dat hij dyslectisch is. Dat was meteen een verklaring voor de leermoeilijkheden in de taalvakken tijdens zijn humaniora. “Ik kan bij een teveel aan prikkels alles niet verwerkt krijgen en dan blokkeer ik. Daarom leef ik ook wel redelijk alleen; zodat ik dat een beetje zelf kan bepalen.” Desondanks (of is het juist daarom?) intrigeert taal en communicatie hem bovenmate. Zijn kunst is vooral communicatie.

Moeilijkheden kunnen interessante uitdagingen vormen. Bij Keulemans stimuleren ze hem tot allerlei associatieve gedachten en redeneringen, tot een overvloed aan denkpistes die hij zonder schroom kan bewandelen. En die gedachtegangen blijven niet zonder enig plastisch gevolg. Ze vinden hun weg in een onafgebroken stroom van werken. Hij is kritisch, hij stelt vragen, hij geeft commentaar, maar hij doet dat op een geheel eigenzinnige en zeer visuele manier.

OVER KOPIËREN EN REFEREREN

Naar aanleiding van het dispuut enkele jaren geleden rond de foto van een politicus, die door Luc Tuymans in een schilderij werd verwerkt en de vraag rond plagiaat die hierbij werd gesteld, reageerde Patrick Keulemans met het werk The copy paste society uit 2015. Het internet geeft ons volop toegang tot teksten en beelden. Met een paar muisklikken nemen en verspreiden we woorden en beelden, die niet noodzakelijk onze woorden en beelden zijn. Wat doet Keulemans? Hij neemt de onderhuid van een koe die tot een soort perkament is bewerkt, weekt ze zodat het weer soepel en handelbaar wordt en ponst er met het nodige geduld talloze ronde stukjes uit. Het geponste vel zal daarna als een sculpturaal element in de ruimte geëtaleerd worden en krijgt de zowel eenvoudige als veelzeggende titel Cut out. De stukjes perkament worden, verhoogd met een stukje leder, aangebracht op een glasplaat zodat er enig reliëf ontstaat. De glasplaat zelf is witgekalkt met ronde uitsparingen voor de tekst. Het geheel wordt heel netjes en professioneel gepresenteerd in een houten box, vijf in getal, mooi beschermd door glas aan beide zijden. In één van die boxen is te lezen: “672 dots without copying John Baldessari.” Dat zinnetje wordt telkens herhaald in een raster van 672 punten. Is dat bezigheidstherapie of wil Patrick Keulemans hiermee iets vertellen?

Een repetitieve handeling kan als zeer rustgevend en kalmerend worden ervaren. Dat kan voor Patrick Keulemans wellicht een methode zijn om de toevloed aan gedachten en associaties te bemeesteren, om zich intens te concentreren op juist datgene wat hij aan het doen is. Het is natuurlijk ook een zeer originele manier om met de problematiek van het kopiëren om te gaan. Met The copy paste society refereert hij heel expliciet naar een werk dat de Amerikaanse kunstenaar John Baldessari (°1931) maakte in 1971. In zijn mooiste handschrift schreef die een quasi eindeloze reeks van dezelfde regel: “I will not make any more boring art.” Het werk roept bij velen de herinnering op aan de strafregels die de meester of de juffrouw ons destijds liet neerpennen. De kunst van Baldessari is niet zelden gespeend van enige humor en net daarom au sérieux te nemen.

Al de boxen van The copy paste society alluderen dus op dezelfde problematiek. Eentje verwijst bijvoorbeeld naar de Brit Damian Hirst (°1965) en zijn schilderijen met kleurrijke cirkelpatronen. Patrick Keulemans heeft ze vervangen door namen van druggerelateerde chemicaliën die Hirst als titels voor zijn werken gebruikt. Ook de drie andere boxen verwijzen naar kunstenaars die het punt als beeldelement in hun werk gebruiken: Roy Lichtenstein, Atsuku Tanaka en Yayoi Kusama.

Het werk van Keulemans refereert inderdaad niet zelden naar dat van andere kunstenaars; van Van Gogh tot Broodthaers, van Courbet tot Cadere. Enige kennis van wat er omgaat in de kunstwereld kan helpen bij de interpretatie van het oeuvre dat hij ondertussen heeft opgebouwd.

DE POSTBODE EN DE BRIEF

Een andere terugkerende thematiek is communicatie en sociale media. Patrick Keulemans speelt met de oppervlakkigheid en het extreem voorbijgaande van die technische middelen waarmee we zoveel communiceren dat we vergeten in gesprek te gaan, te luisteren en te praten. We consumeren zowel de middelen als de boodschappen. De tablets en smartphones volgen elkaar op met telkens een groter vermogen, nieuwere mogelijkheden en applicaties. Het werk The postman wijst ons op die andere, tragere vorm van communicatie: de brief. Het werk bestaat uit meer dan honderd kleine boxen en is zo opgesteld dat er een verdichting optreedt naar het midden toe, zoals in een dorp of stad de huizen dichter tegen elkaar geschaard zijn in het centrum.

Het schrijven als zodanig komt dan weer aan bod in een heel aantrekkelijk en poëtisch werk dat bij voorkeur functioneert in een ietwat duistere ruimte. Een jaar lang schreef ik je wekelijks na middernacht bestaat uit een reeks transparante schrijfstiften die refereren naar de ganzenveer en kleurrijk en sober oplichten in het duister.

Ook religie laat Patrick Keulemans niet onberoerd. Bij deze kunstenaar leeft de vraag hoe de wereld er zou uitzien zonder de godsdiensten. Het is uiteraard een hypothetische vraag, misschien de moeite waard om even over te fantaseren, maar ze leidt natuurlijk naar een diepere reflectie over de impact van de diverse wereldgodsdiensten en hun ‘heilige’ boeken op ons persoonlijk leven vandaag, ongeacht of je nu gelovig bent of niet. Zijn werk trekt niets of niemand in het belachelijke, hij stelt vragen, hij observeert met een kritische blik.

TEKST EN DIALOOG

In het werk van deze kunstenaar en dyslecticus spelen teksten dus een grote rol. In de inkomhal van het woon- en cultuurcomplex New Zebra, onderdeel van de ‘Zebrastraat’ in Gent, is permanent een werk van hem te zien. In Hermetic heeft hij twee fragmenten uit het laatste hoofdstuk van Ulysses van James Joyce verwerkt. Het is een tekst die tot de wereldliteratuur behoort, maar die niet uitblinkt door leesbaarheid, doordat de schrijver geen gebruik maakt van leestekens. Voor Keulemans is dit al helemaal een quasi onoverkomelijke opgave, zo lijkt het wel. De kunstenaar heeft de twee fragmenten tekst gevat in twee grote stukken leer, iets wat alweer naar perkament verwijst als eeuwenoude drager van geschreven boodschappen. De teksten zijn erin aangebracht als in afzonderlijke punten gevatte letters zonder enige spatie tussen de woorden. Het wordt de lezer dus nog een graadje moeilijker gemaakt dan het al was. Wie het werk vluchtig bekijkt, zal wellicht niet eens de indruk hebben dat hier een tekst is afgedrukt. Keulemans benadrukt met een redelijk eenvoudige, maar zeer arbeidsintensieve ingreep de complexiteit van het boek.

In zijn jongste dubbeltentoonstelling in de White House Gallery in Lovenjoel en in de Zebrastraat te Gent kwam Patrick Keulemans ook naar buiten als een pleitbezorger voor de dialoog. Het belang van de ontmoeting kan hij niet genoeg benadrukken. Voor het werk Convernations heeft hij een groene vlag ontworpen, groen als de kleur van de hoop. Op de vlag staan 195 witte punten in een cirkelformatie, als symbool voor de evenvele staten die onze planeet momenteel rijk is. De punten zijn niet gewoon punten, als je ze wat van naderbij bekijkt blijken het gestileerde tekstballonnetjes te zijn. De vlaggen hangen verspreid over de site als voor een feest, maar ze hangen ook aan een aantal naar elkaar toe neigende vlaggenstokken die een soort tipi vormen. Het is een uitnodiging om met elkaar te praten, een uitnodiging niet enkel naar ons, zeker ook naar hen die ons ‘leiden’.

Daan Rau, 2017

VAN CHAOS NAAR LEESSYSTEMEN
beeldend vertaler Patrick Keulemans

In Keulemans ’Het Land van de Dode Talen - De Opzichter - bewaakt een nietig mannetje op een hoge stoel, als de referee van een vreemde wedstrijd, een schijnbaar uitgedoofd vulkaanlandschap. Onder het gekalkte aardoppervlak kan je de oerchaos van het leven zelf vermoeden, die diep binnenin borrelt en bruist. Iets komt tot leven,
iets anders blaast zijn laatste adem uit.

In het universum van Keulemans geven boomstammen rooksignalen en zijn hersendelen in het Latijn genoteerd op een zwevende metalen breinkaart.
Zodat we niet verloren lopen, zodat we de weg vinden in onze eigen oerchaos.
In een witte cirkel, ingedeeld als een wijzerplaat met twaalf onderdelen, wordt een gefilmde codetaal tot chaos geblazen – taal als tekensysteem zou orde moeten scheppen – maar begrijpen we elkaar wel goed? Wat gaat er onderweg verloren
aan betekenis?

Voor Patrick Keulemans leidt al het gedachte en ongedachte via associaties naar een beeld – een persoonlijke verbeelding van een sluimerend idee. Hij gelooft niet in de spontane inval of inspiratie die de kunstenaar verlicht als een plotse bliksemschicht.
Een idee kan al een lang en vruchtbaar leven hebben geleid in het onbewuste, tot de juiste tijd daar is om zich te materialiseren. In welke vorm dan ook: film, beelden, tekeningen, foto, geluid of een combinatie van media. ‘Ik ben dat allemaal.’

Sinds hij drie jaar geleden van een neuroloog te horen kreeg dat zijn mentale taalbarrière te wijten is aan dyslexie staat er geen rem meer op de ideeënstroom. Alsof het zo hevig geregend had dat het water door de dam brak en plots in een versnelling belandde. Ik hoop dat het nooit eindigt. Zijn interesse ging altijd al uit naar schriftuur, communicatiesystemen, codes; maar kreeg een extra energiestoot door het besef dat het niet kunnen een anders begrijpen is. Zijn hersenverbindingen volgen een andere weg, omwegen vol mysterieuze associaties en verrassende uitkomsten. Niets is zonder betekenis. Achter alles schuilt een beeld. En dan nog een. Ik ben dat allemaal.

Het gulzige werken. Voor ‘one sea, one language’ was Keulemans op een bepaald moment aan 35 werken tegelijk bezig. Want die stroom verloopt niet netjes geordend, maar gaat alle kanten op. Sommige wegen lopen dood, andere blijken levensvatbaar te zijn. Het opbouwen stap voor stap. Bekijken. Denken. De werkelijkheid herschikken.
Hij wil beelden doen spreken, ook al is het in een soort braille of in een gloednieuw schriftuur, waarvan we ons afvragen waar die vandaan komt. En toch herkennen we daar iets. Wij zijn dat allemaal.

Greet Van Thienen, 2012

Ik ben proberen nagaan wat me precies raakte in je expo. Want eerlijk gezegd heb ik nogal wat negatieve ervaringen sinds ik de laatste tijd wel vaker musea en galerieën bezoek. Hip gedoe, opgeblazen kunstzinnigheid kunnen me soms ellendig van een expo doen thuiskomen.

Allereerst de plek, het huis, de invulling daarvan. Ik denk dat de expo in het huis met de vele kamers en ramen, de (kijk)gaatjes in de vloer, de trappen en de uitstap naar de hal, hetzelfde effect op me heeft gehad als wanneer je een reis maakt. Als een wandeling in een middengebergte. Niet dat je één grote top hebt, en daar de hele dag naartoe werkt. Meer met plateaus, en verschillende toppen en dalen. Een golvende beweging, afwisseling van vergezichten en beslotenheid. Zo heb ik de expo ook beleefd: als iets avontuurlijks en tegelijk als een langzame, vloeiende beweging.

Het afgestripte witte huis met je werken erin betreden als het maken van een innerlijke reis. Een beleving zoals bij curiosakabinetten of Wunderkammers. Maar dan wel moderne Wunderkammers, ruimtelijk, niet met dat muffige, zogenaamd barokke; meer met de blik op verspreiding en dialoog gericht dan op verzamelen van curiosa. Openheid en innerlijk, een sterke combi.

In ieder geval, nu een week later, denk ik te weten waar het hoogtepunt voor mij lag. Dat was aan het eind van ons bezoek, op de eerste verdieping, waar toen bijna geen volk was. Het geluid van eigen stappen hoorbaar en de gaten in de vloer dreigender, het gestripte gebouw natuurlijker. Ook zag je van boven prachtig uit op de velden, het groen, het park. En er was de zonovergoten dag die er blijkbaar bijhoorde.

Toen de installatie van de Moderator. Eerst op afstand blijven kijken, de beweging van de naald volgen. Dan de boeken en de bladzijden om zien slaan zonder dat er een hand bij te pas komt. Lezen op het ritme van een zuchtje wind? Lezen en laten lezen, heel frivool en tegelijk de confrontatie: wie leest? Wie bepaalt wat er gelezen wordt? Ook bevreemdend: het idee letterlijk een pageturner aan het werk te zien. Maar in tegenstelling tot wat bij een pageturner gebruikelijk is (het snel en gulzig leegvreten van de bladzijden, niet de woorden proeven, maar over de regels heenvliegen) was hier sprake van een eerder lichte en regelmatige beweging.

Dan de schok. Opzij kijken, hetzelfde beeld zien als waarnaar je keek maar dan met twee stoelen erbij. Verwarring en herkenning in één beweging. Vervolgens blijven staren naar het nieuwe beeld, het andere vergeten en toch op je hoede zijn. Dan het ene beeld met het andere willen vergelijken. Daarna afstand nemen, het geheel bezien en overblijven met de vraag of de bladzijden al dan niet beschreven zijn. Ik ben weggegaan zonder de vraag beantwoord te willen weten. Want in een expo waarin communicatie, taal en teken zo aanwezig is, volstaat het wellicht om een vraag alleen maar gesteld te zien, zonder overal meteen antwoorden op te geven?

Jean-Luc van IJperen, 2012
Hengelo, Nederland

Interview met Patrick Keulemans, Leuven, juni 2012. hildevancanneyt.blogspot.be